Categorieën
Lifelog

Ziek

Mijn week tot hiertoe bestond uit “ziek zijn”. Zo slap als een vod, kop vol snot… u kent het wel. “Het doet de ronde”, zei de dokter en zei me dat ik best enkele dagen rust nam om het uit te zieken (en om niemand anders aan te steken). Hij keek naar de lectuur die ik bij had. Ik neem steeds iets mee als ik naar de dokter moet. De wachtkamer ligt vol out-dated materiaal en wachten moet je toch. Ik had een soort gids bij voor WoW, het zat bij het spel. “Aan het studeren?”, vroeg hij me. Ach, wat research en persoonlijk vertier, niets speciaals. Ik heb een zeer sociale huisarts en nam aan dat hij dat even wou uiten. Ik apprecieer het wel, hij doet het altijd en het komt nooit geforceerd over. Maar toen hij vroeg welke level mijn character was, had ik door dat het deze keer niet zomaar was. Mijn huisarts en zijn vrouw bleken beiden enkele lvl 80’s (max tot hiertoe) te hebben rondlopen en spelen elke dag buiten woensdag en zaterdag. Ik verliet de praktijk met een voorschrift, een briefje voor de ziekenkas, een papiertje vol info aangaande WoW, en, belangrijker, een papiertje dat zei dat ik tot en met woensdag buiten strijd was.

Zo heb ik bijvoorbeeld een uitstapje naar Kinepolis moeten missen. Iets, zoals u wel weet, dat ik zeker niet wou missen. Ik hou van film en Kinepolis. Een tijd geleden zat ik als consultant bij de groep en ik ken de cijfers. Het is ook daarom dat ik me niet ga uitspreken over wat er gaande is (lees bij Pietel meer, en zeker ook in de comments). Het doet deugd te zien dat een groep als deze zulke stappen zet.

Na gisteren nog veel te hebben geslapen, voelde ik me in de namiddag goed genoeg om eens wat frisse lucht te halen. Ik moest toch langs een Telenet Center aangezien ik we overstappen van INDI.

Wat er gisterenavond nog aan virussen in mijn lijf zat werd er door de heetste grootmoeder van de wereld uit geblazen. Ik weet dat ik nog rare blikken zal krijgen wat die laatste zin betreft. Maar wat een vrouw. Geen verdere woorden voor.

En nu, hup, vertrekken en werk inhalen!

Categorieën
Lifelog

Nagelbedontsteking

“Een beeld zegt meer dan duizend woorden, dus ga even op de tafel zitten en toon het me. Maar ik heb al een vermoeden dat het een nagelbedontsteking is.”

Zo sprak de dokter gisterenmorgen nadat ik mijn verhaal had gedaan. Hoe ik eergisterenavond een pijn in mijn dikke teen voelde opkomen, alsof de nagel in mijn vlees aan het boren was. De pijn bleef groeien en naast de snijdende pijn was er ook die kloppende pijn. Alsof elke stoot van mijn hart voor een nieuwe pijnscheut zorgde in de teen. Na een tijdje werd het me te veel. Ik kon niet slapen en besloot eens goed te gaan kijken naar die teen. Misschien was er ergens een stuk nagel dat ik kon verwijderen. Voet wat nat gemaakt en het vlees aan de zijkant (waar de pijn zit) wat uit de weg proberen doen. De pijn was enorm, dat kan u zich wel voorstellen, maar ik slaagde er na een tijdje toch in een stukje nagel weg te knippen. En het voelde beter. Althans dat dacht ik. Het was eigenlijk de pijn die ik mezelf deed door zo te peuteren dat was weggevallen en dat zorgde voor een goed gevoel, niet het verdwenen stukje nagel.

Ik denk dat ik elk uur op de klok gezien heb. Blijven wakker liggen, blijven geloven dat het wel zal beteren. Koppig zijn, nog even wachten voor we aan de pijnstillers beginnen. Uiteindelijk het dan toch beu zijn en opstaan. Ik zag dat het al 4u was. Terwijl ik het bruistablet in het water zag oplossen was ik kwaad op mezelf. Hoe kon ik daar al zo lang hebben liggen denken dat het wel zou beteren. Waarom, oh, waarom heb ik niet onmiddelijk een pijnstiller genomen. Koppig rund.
Ik dronk het glas leeg. Alles opdrinken, niets overlaten! Ik hoor het mijn ouders nog in mijn hoofd zeggen. Ik kijk naar de verpakking: Dafalgan Forte 1g. Ik besloot de volgende morgen naar de dokter te gaan. G, een goeie vriend, had al enkele keren een operatie ondergaan voor een ingroeiende nagel. Als er een operatie moest plaatsvinden, dan best zo snel mogelijk. Werchter komt eraan en zoiets kan ik dan zeker missen.

Ik trok mijn schoen en kous uit. Nog geen seconde later sprak de dokter met een glimlach. “Diagnose: nagelbedontsteking! Maar het valt nog mee hoor, meestal komen ze hier binnen met een enorme, witte blaas op de teen en etter die er langs alle kanten uitkomt. Je mag alles terug aandoen”. Ik kijk hem aan en vraag hem of dit een operatie wordt, nog steeds denkend aan G. Hij kijkt me aan en zegt dat we in het jaar 2008 leven en dat er wel pilletjes voor zijn. Maar als ik het op de oude manier opgelost wou kon hij altijd de teennagel uittrekken en het zo rechtstreeks behandelen.

Pillen en ontsmetten. De pijn is ondertussen alweer weg, maar een nagelbedontsteking… ik wens het niemand toe.