Toneel

Gisteren ben ik naar een try-out van een toneelstukje gaan kijken dat zondag in Oostende zal vertoond worden in kader van Fin d’Saison. Een kort stukje waar de spelers half in het zand ondergegraven zitten en Vaneigens-gewijs een typische vakantie aan zee schetsen. Een uitdaging, want dit brengt wel wat moeilijkheden met zich mee. Dragen de stemmen van de acteurs wel ver genoeg in een omgeving met veel wind (wat je aan de kust toch wel mag verwachten)? En hoe kunnen we er voor zorgen dat iedereen de spelers goed kan zien?
De rant die u zodadelijk zal lezen heeft niet zozeer iets te maken met dit stukje, want het beviel mij wel.

Het stuk zette me wel aan het denken. Ik mis theater. Ik mis toneel. Nee, niet het op de planken staan, hoewel ik het altijd enorm graag gedaan heb en zeker niet in de toekomst uitsluit, nee, ik mis het gegeven, het begrip, de essentie. Het kijken naar een fantastisch gebracht, episch stuk. Ik wil terug een Ten Oorlog, waar acteren en verhaal nog centraal staan.

Ik heb twee jaar lang toneel de rug toegekeerd uit protest. Hoe sommige productiehuizen tegenwoordig evolueren zegt me niets. Het zoeken naar “originele” invalshoeken sijpelt nu ook de amateurskringen binnen en zorgen er ook daar voor dat het element “verhaal” wordt weggedrukt. Van alle elementen wordt het meest essentiële, de basis, gereduceerd tot een bijkomstigheid. Een vaag idee blijkt soms genoeg te zijn, we schrijven er wel snel een verhaallijntje rond. En dat maakt mij zelfs kwaad.
Een woord van raad aan de kleinere gezelschappen (en ook aan de groten, moesten ze willen luisteren): Mensen hunkeren naar een verhaal! Het is eigen aan de mens om ze te vertellen en om ernaar te luisteren. Met een origineel uitwerkingsidee kan je een kwartier vullen, met een verhaal een leven.

Bedoel ik nu dat creativiteit en vernieuwing niet mag? Ach, komaan, natuurlijk wel. Neem nu Het Toneelhuis. Ik neem het als voorbeeld, want het is het huis dat ik het meest op de voet heb gevolgd. Na het openen der ogen en/of verjagen van de traditionele theaterbezoeker (mezelf inbegrepen) met Liefhebber, kwam er het seizoen ‘98-‘99, een voor mij legendarisch seizoen alwaar stukken (ja STUKKEN!) werden gebracht als De Cocu Magnifique, Franciska en de reeds vermeldde Ten Oorlog. Maar jammer genoeg was dit het begin van een neerwaartse spiraal, met her en der enkele lichtpunten zoals de komst van acteurs als Jan Bijvoet, Tom Dewispelaere en Benny Claessens. Hell, Wim Opbrouck kon op zichzelf een seizoen goedmaken. Maar dezer dagen zegt het mij allemaal niets meer. Maar we leven op dit moment in een tijd met een obsessie voor ideeën. De schaarste en de moeilijkheid om uniek te zijn zorgen ervoor dat de waarde van een goeie ingeving op zich al enorm is. Bij toneel, zo blijkt, ook.
Ach, misschien mis ik gewoon Luk Perceval.

Volgend weekend is het in Antwerpen weer Cultuurmarkt, en daar ga ik goed opletten. Ja, zelfs het Toneelhuis krijgt nog een kans het komende seizoen, maar ik richt mijn pijlen ook op andere huizen.
Hopelijk is er wat veranderd de laatste twee jaar.

One thought on “Toneel”

  1. Groot gelijk heeft u!
    Spijtig zijn er minder en minder die deze mening volgen. Zo begrijp ik ook niet waarom het meerendeel van de toeschouwers het stuk van gisteren beter vonden dan het vorige stuk, waar wél een echt verhaal in zat.

    Conceptuele ideën zijn leuk en soms heel interessant, maar het wordt nog interessanter als je daarmee ook een verhaal kan vertellen. Er is niets mooier dan een mens te kunnen ontroeren, en dat lukt niet met een interessant concept, hoe origineel ook.

Comments are closed.